ik ben
vanbinnen niets meer
een omhulsel ben ik slechts
een krot
voor afbraak in de steek gelaten
leeggehaald tot op het bot
lamgeslagen, zwaar gehavend
voelt mijn hart, mijn lichaam aan
wankel zoek ik naar een houvast
struikelend over kruiend ijs
maar de toekomst ligt in duister
voor mijn ogen doemt het grijs
waar is mijn ziel gebleven
verdwenen is mijn stijl van leven
mijn hemel werd de hel
ik besef, het is de waarheid
en ik weet: mijn tijd is om