Ik strijde in elk vierkant vlakje,
Wachtend op een nieuwe kans,
Die de dobbelsteen me altijd gaf.
De valkuilen heb ik nooit ontweken,
Ik ging er onderdoor en weer verder,
Volgend het pad naar het eind.
Maar heel onverwachts schoot ik uit.
Ik heb mijn eigen pion omgegooid.
Ik heb verloren.