Ik wil weg van deze aardkloot,
weg van mijn verdriet.
Weg van alle problemen,
alleen jij ziet dat niet.
Je ziet me lachen,
en vooral vrolijk zijn.
Maar van binnen huil ik,
het is allemaal schijn.
Iedere lach gefaked,
Iedere blije bedoeling was nep.
Ik zie zelf niet meer in,
wat ik nog aan het leven heb.
Je kunt nu zeggen:
Stop, doe het niet!
Maar jij hoeft het niet te voelen,
al dat verdriet.
Het gaat langzaam irriteren,
tot je er gek van wordt.
Ik kon mezelf niet meer in de hand houden,
en ben toen emotioneel volledig ingestort.
Trangen stroomde over mijn wangen,
Het mes liggend in mijn hand.
Eventjes was het al net,
of ik in een andere wereld was beland.
Ik zette het mes op mijn pols,
en langzaam zette ik een snee.
Dieper en dieper sneed ik,
was met het kleine krasje niet tevree.
Het bloedde hevig,
Maar het voelde goed.
Net of al mijn angsten ineens weg waren,
Bij het zien van al dat bloed.
Ik voelde dat ik slapper werdt.
Ik nam een diepe zucht voor de laatste keer.
Het werdt zwart voor mijn ogen,
en toen: was ik er niet meer.