Oude wind waait door vervallen straten
die in hun oudheid meegroeien met de tijd
oude mensen zitten voor versleten deuren
beeltenissen die weerspiegelen in elkaars ouderdom
de avond verzucht de dag naar een nieuwe morgen
het riool riekt, die gedachten verdringen…
Tandloze monden bewegen onvermoeibaar
met verdragende stemmen in onhoorbaar gemompel
schuivende slippers gebonden met schipperstouw
balanceren onevenwichtig op de ouwe straattegels
dromen vervlogen in een voorbijgaande tijd
de verveling speelt slecht met hun laatste adem…
Een zacht briesje wervelt het opgehoopte stof
die zich verspreidt voor stramme voeten
de bezem herhaalt in de ochtend het ritueel
wordt weer een hoopje zonder stoffer en blik
maar eindelijk zal een straffe wind het verspreiden
net als hun dood, onaangekondigd wervelbaar…