Ironie.
Verslagen, huilend, schokkend van verdriet, zat de moeder met haar dode kind tegen de borst, aan de rand van een smeulende krater.
Zij kuste haar baby en bad verloor gans haar bezit, haar gezin, haar dromen voor later.
Zij streelde het kind en schreeuwde het uit, want nu merkte zij pas hoe bebloed ‘t lijkje was.
En God hij keek mee en hij lachte tevree, want hij vond dat zijn schepping nog goed was.
21-08-2006.
Rovago