Ik tracht te begrijpen wat ik in je ogen lees.
Ik probeer te vatten dat het zover is
Dat ik je moet laten gaan.
In de verte zie ik een trein,
de trein die jou van me steelt.
Het monster dat jou nooit meer terugbrengt.
Ik weiger onder ogen te zien wat komen gaat.
Als mens moet je kunnen omhelzen, maar daarna ook weer loslaten.
Ik heb het daar ontzettend moeilijk mee.
Waarom verlies ik net diegene waar ik het meest van houd?
DE TREIN REMT PIEPEND.
Ik grijp je hand, voel het zachte kloppen van je hart.
EƩn knuffel nog, een laatste blik, een laatste glimlach.
Niets zal nog hetzelfde zijn zonder jou, al blijft het gras even groen en de lucht even blauw.
Je stem vulde mijn hart, je plezier bracht levenslust.
DE DEUREN SLUITEN, IK GIL...
Ik zie je gezicht, een rokerscoupƩ.
Ik glimlach, je zal nooit veranderen, al zal je voor mij nooit meer dezelfde zijn.
Je hand in de lucht, alweer een gebaar van troost.
Geen vaarwel, een tot weerziens...
Bruusk draai ik me om.
Ik brak zonet de belofte die ik je deed.
Een trieste grijns, en dat terwijl mijn ogen zich vullen met tranen en mijn hart pijnlijk leeg aanvoelt.
Mijn hoofd boordevol herinneringen,
Ik woordeloos