1 woord, en het ging weer fout
goed fout.
De tranen die 4 dagen niet wouden stoppen met vloeien.
Weggeveegt door jou handen.
De handen die me gelukkig maken.
Ik wil me bewijzen keer op keer.
Het spijt me, ik hou van je, ik wil je niet meer kwijt.
Het helpt niet meer.
Wat moet ik doen?
De pijn door me aderen prikken als naalden in me hart.
een lief zinnetje, en een droog antwoord.
Het doet me pijn van binnen.
Door mijn eigen fout.
De tranen bloeien weer op en stromen als rivieren naar beneden.
Zal hij me vergeven ?
Zal hij meer met me willen beleven ?
Of zou hij me willen opgeven ?
Bang zit ik in een hoekje trillend, aarzelend.
Wachtend op de zin.
Of we werkelijk voor altijd zijn
of maar voor even.