Ik verdrink in een bad van duisternis.
Wanhoop overwint 't gevecht met levenslust,
De kracht ontbrekend om op te staan,
Huiver ik wanneer de nacht mij zacht kust.
Schreeuwende begint mijn nachtmerrie,
Wanneer fonkelende sterren mij levend verbranden,
En ik vanbinnen vecht tegen wat mijn lichaam voelt,
Bestast de nacht mij met zijn vuile handen.