Andermaal ondervonden,
Tijdig m’n ogen geopend
Confronterend met het verleden,
En het oneindige geloof.
Verliezend van m’n gevoel,
Onomkeerbaar van aard,
Hetgeen toen geschiede,
Met een duidelijke zichtbaarheid.
Onbegrip en verdeeldheid,
De krachteloosheid van mijn geest,
Ten neer geslagen door hoop
En gevoed door illusies.
Eindeloos dwalend in het duister,
Maar lerend van het verleden,
De overheersing van mijn gevoel,
Maar dit maal wel sterker van geest.