Ik mis je,
je bent weg en komt niet meer terug.
Je ging weg zonder gedag te zeggen,
je kón niet gedag zeggen.
Daar ging je,
ergens heen waar we je niet kunnen horen,
niet kunnen zien.
Ik mis je,
Ik heb je nodig.
Ik heb je nodig om mezelf te blijven.
Mezelf terug te vinden.
Naar hartelust te lachen,
te zingen.
Ik mis je,
waar ben je nou?
Waar blijft de lach op je gezicht?
Waar blijft de grap?
Ik mis je,
het komt niet meer.
je bent weg.
Het is leeg,
er wordt niet gelachen.
Ik mis je,
er word enkel gehuild.
Een snik,
een traan.
Ik mis je,
je bent niet meer zoals toen.
Ik ben niet meer zoals toen.
Waarom niet?
Alles was toch goed zoals het was?
Ik mis je,
waarom kwam die ziekte nou?
Waarom moest je zo vechten,
leverde je elke keer weer meer in.
Je won niks,
je stelde het alleen maar uit.
Nog meer pijn,
nog meer verdriet.
Ik mis je,
het was allemaal voor niks.
Het was je eigen keuze,
om er voor te gaan,
er tegen te vechten.
Ik mis je,
wat was je moedig.
Wat was je knap.
Je zei:
Moed is niet het ontbreken van angst,
maar het weten dat iets anders belangrijker is dan angst.
Ik mis je,
jÃj kon het.
Jij kon vechten.
Wij,
wij keken toe.
We keken toe hoe je steeds verder afdaalde.
We keken toe hoe je pijn leed.
Ik mis je,
we waren machteloos.
Niks konden we voor je doen.
Alleen maar kijken,
wachten.
Ik mis je,
we moesten wachten.
Wachten op hoe raar het ook klinkt;
wachten tot je er niet meer was.
Wachten tot je geen pijn meer leed,
niet meer hoefte te vechten.
Je je zelf er aan over kon geven.
Ik mis je,
je moest het opgeven.
Je kon niet anders,
je ging langzaam langzaam kapot vanbinnen.
Ik mis je,
en wat deed ik?
Ik keek,
ik kon niks meer tegen je zeggen.
Verlamd door verdriet,
niet bessefende dat alles ophield voor je.
Ik niet niet meer kon zeggen wat ik je nog kwijt wilde;
Ik hou van je.
Ik mis je, ik mis je..