weglopen
K was bijna weggegaan.
Durfde niet meer stil te staan.
Bleef maar rijden.
Iedereen en alles vermijden,
maar ineens durfde ik niet meer.
Het gebeurde me weer.
Dat bange gevoel.
Dat wat ik altijd bedoel.
Waarom ging ik niet.
Waarom zoveel verdriet.
Dacht steeds aan jou,
(mijn lieve kleine zusje)
omdat ik zoveel van je hou.
Wil je niet kwijt,
maar ik wil ook geen spijt.