hij wenst het,
hij wil het,
hij droomt het,
nooit meer pijn,
nooit meer hoeven liegen,
nooit meer vernederd.
hij droomt van verdried,
om hem
hij denkt zwart-wit,
nou en?
hij is bang dat hij kwijt raakt,
bang dat hij fouten maakt.
hij wil het,
hij droomt het,
maar diep van binnen zou hij het nooit doen.