Ze zag een glimp van mij
Er kwam een zuchtje mij voorbij
En zij vond dat even leuk
Maar het lichtje doofde weer
Ze geloofde mijn mooie woorden
niet meer
Een uurtje mij was niet voldoende
Om te overtuigen als leuk mens
Ach, wel pienter en taalgevoelig
Nutteloze kwaliteiten die niet telden
Hopeloos tentoongesteld
Een straaltje mij
Maakte haar niet blij
Ze vond dat ik moest zakken
Om die glimp dan ook maar af te pakken
Te verstoppen en te doven
Het stroompje van in jezelf geloven
Was ik gesloten als een oester
Hunkerend naar openheid
Of was haar deur al afgesloten
Afscheid reeds bereid?