Ooit
Ooit was er eens een klein meisje,
Zij was moederziel alleen.
Niemand keek haar aan,
Iedereen liep in een boog om haar heen.
Niemand zag haar staan.
Zij was alleen.
Ze was verdrietig en gekwetst,
Niemand die het zag.
Niemand die er iets aan deed,
Niemand die zag hoeveel zij leed.
Daar liep ze helemaal alleen,
Nooit heeft ze vrienden om zich heen.
Ze liep door een donkere tunnel,
Waar geen einde aan kwam.
Het was zo donker.
Totdat er ineens een lichtje verscheen,
Een klein puntje was het maar.
Het was een puntje van hoop,
Ze rende er heen.
Ze was bang dat het weer verdween,
Ze struikelde en viel.
Ze viel in een zwart gat waar geen einde aan leek te komen,
Het werd licht om haar heen.
Ooit was er een meisje,
Zij had veel vrienden om haar heen.
Iedereen die haar lach zag,
Iedereen die haar begroette.
Zij had zichzelf gevonden.