Aan de overkant van het meer
Aan de overkant van het meer
Zal ik je weer ontmoeten
Als ik mag varen met het veer
En jou, mijn lief, voor eeuwig mag begroeten
Maar mijn tijd is nog niet gekomen
Ik mag nog niet gaan
Moet het doen met van jou dromen
Ver van jou vandaan
Je bent mijn gedachten
Eigenlijk zijn wij één
Dat doet het wel verzachten
Want verder voel ik mij toch alleen
Alleen, maar soms ook samen
Bij je graf, pratend met elkaar
Zit ik op het bankje, naast jouw bramen
Wordt alles weer eventjes tastbaar
Ik mis je lijf, de warmte, ingetogen
Waarmee je alles zeggen kon
Je glimlach, je blauwe ogen
Die onuitputtelijke bron
Ik mis het vrijen
Warm tegen elkaar aan
Onze handen op elkaars dijen
En we ons lieten gaan
Ik mis het gekibbel, de ruzies
Die immense woordenstrijd
Het zijn nu nog maar illusies
' T is allemaal verleden tijd
De herinneringen doen mij leven
Is de basis van mijn bestaan
Ik had je nog zoveel willen geven
Waarom moest je gaan….
Maar ik kom zodra ik mag
Naar de overkant van het meer
Naar jou, met je betoverende oogopslag
Als ik mag varen met het veer