De morgen brak aan, net als elk ander,
de eenzaamheid was het enige
dat anders was als altijd.
Waar is je lach gebleven, waarom
liet je 'm vallen, in het zwarte gat
van vragen, niets lijkt nog te kloppen.
De kracht die in je armen lag
is verdwenen, vermengde zich met angst,
waar is je liefde nu gebleven?
De morgen brak aan,
bracht de nacht met zich mee,
en liet je blauwe ogen, veranderen in tranen.