Het toneelstuk.
Het is allemaal maar een leugen,
Hoe jullie praten en lopen.
Het om is te laten denken dat jullie deugen,
Om hen praatjes te verkopen.
Ze zitten in de zaal,
Kijken naar ons toneelstuk.
In de waan dat het echt is allemaal,
Maar ik sta onder grote druk.
Ik moet voorlezen wat er in het script staat,
Dat jullie zo goed zijn voor elkaar.
Ik moet vechten want anders is het te laat,
En is er de leegte waar ik naar staar.
Ik gooi het script weg en begin ECHT te praten,
Maar ik zie dat het te laat is.
Zij hebben de zaal verlaten,
Ik draai me om en zie ze staren, alles gaat mis.
Ze gaan een voor een weg,
Maken ruzie en schelden zonder gemaar.
En het laatste wat ik huilend zeg,
is:'Mijn familie valt uit elkaar.'