alleen
Zand en zee.
Die zijn altijd met zijn 2.
Nooit gescheiden, nooit alleen.
Hun hebben elkaar.
En ik?
Ik ben alleen.
Niemand zal mij missen,
denk ik terwijl ik iets hoor sissen.
Wie geeft er nou om mij?
Misschien hij of zij
Ik stel mensen teleur.
Ik krijg dan alleen maar gezeur.
Op mijn gezicht verschijnt dan een rode kleur.
Waarom loop ik niet weg?
Samen met een vriend lekker reizen.
Misschien hebben we dan pech?
Misschien ook niet.
Het gebeurd wel of
het gebeurt niet.
Niks aan te doen.
Wand ik
Ik ben een kampioenn