Als ik over straat loop
zien de mensen mij als aardig en spontaan
een meisje met een zorgeloos leven
maar van binnen is het één grote traan.
Mensen krijgen een verkeerd beeld van me
ze zien alleen de buitenkant
ik verschuil me achter mijn hart
ik hou iedereen op afstand.
Mijn gevoelens
niemand kan die ooit beleven
ik kijk naar de weg voor me
en heb de hoop voor deze weg al opgegeven.
Het liefst wil ik weg
weg van iedereen
in mijn eentje
geen mensen om me heen.
en als ik in de spiegel kijk
zie ik een meisje met verdriet
met sneeën, littekens en pillen in haar hand
maar ze nemen, dat durft ze niet.
Ik weet wat ik wil
mij beroven van het levenspad
mij ogen sluiten, voorgoed
want ik heb redenen zat.