Bergen openen zich tot prachtige passen.
In die doorgang ligt de weg naar geluk.
Eindelijk wint de hoop van de depressie.
Stormen heersen hamerend in mijn machtig moreel.
Maar ik heb al te lang levenloos gedoold.
Averechtse verdwaald in doemdonkere dagen.
Nu pas probeer ik te triomferen.
Stuipend strompelde ik als Hamlet of Estragon.
Jaren jaagde ik naar waanbeelden.
Overtuigd van verdoemd verlies.
Kon niet laaiend leven, enkel lofloos lijden.
Edoch: nu pas ik niet...