Mijn tranen die zijn opgedroogd,
het waren er teveel.
Van binnen en van buiten,
soms slechts een brok in mijn keel.
Alleen de pijn die blijf ik voelen,
van eenzaam en alleen zijn.
En het geluk dat ik probeer te grijpen,
blijkt steeds slechts schone schijn.
Laat me nu maar slapen,
ik ben zo vreselijk moe,
van het telkens vallen en weer opstaan.
Wat doet het er nog toe?