Naar je kijkend weet ik nog steeds dat het nooit zal gaan.
Geen enkele mogelijkheid dat jij en ik samen gaan bestaan.
Elke verschillende mening zegt het me weer,
Maar bij elke aanraking leg ik het weer neer.
Je hebt ogen die zeggen wat je wil.
Je hebt reacties af en toe zo kil.
Zodra ik je aanraak krijg ik het nog steeds heet,
En toch is het onmogelijk en begrijp alstublieft dat ik dat weet.
Maar als je toen hetzelfde voelde voor mij.
Was het onmogelijke even voorbij.
We hadden samen een tijdje kunnen bestaan.
Om vervolgens weer alleen verder te gaan.
Want wij weten allebei, ik ben ik en jij bent jij.
Verschillend tot de derde macht..
Maar mij god, wat heb jij een aantrekkingskracht!
Zekerheid kan je me niet bieden, trouw is je onbekend.
Maar als ik je zie ben je zo anders, heb maar menig jongens zo gekend!
Zo ontzettend lief, wij met zijn twee.
Aan je lippen hangend ben ik tevree.
Even voel ik me machtig en zie het in kleur.
Jij opent in óns huis, ónze deur!
Dan maak ik weer die grote fout, want tenslotte laat het je helemaal koud.
Ik kijk naar je op, wil je niet laten gaan.
Zou je je best willen doen?
En het onmogelijke voor één keer willen laten bestaan?