
Er was eens een kabouter Albrecht van Plop en hij was zo eigenwijs
in het grote kabouterbos was er geen grotere eigenwijze kabouter te vinden dan hem.
Elke keer wilde hij alles alleen doen, en zou nooit hulp vragen.
Heel dapper eigenwijs stapte hij dan zo door het leven.
Opzicht is dat natuurlijk heel erg goed maar zo was hij dus vaak alleen met zijn zwaarste klussen aan het werk.
En 's avonds als hij in zijn bedje lag voelde hij zijn rug van al dat gesjouw en was hij vaak te moe om te kunnen slapen.
Op een dag was hij weer bezig met hout aan het zagen voor zijn kachel
en probeerde deze op zijn kruiwagen te leggen, maar zijn rug deed hem zo'n zeer
dat het hem bijna niet lukte en hij had de grootste moeite om de kleinere blokken
op de wagen te krijgen die grote blokken lukte hem vandaag al helemaal niet.
En toen hij zijn kruiwagen naar zijn huisje wilde duwen gilde hij het uit van de pijn.
zijn rug wilde vandaag niet mee werken en verdrietig ging hij onder een paddestoel zitten

Een feetje die dit zo van een afstandje zat te volgen keek vol medelijden naar hem op.
Maar ze wist dat de kabouter geen hulp wilde aannemen ook al viel hij er bij neer.
En fluisterde zachtjes voor zich uit waarom ben je ook zo verdomd eigenwijs.
Ze wou hem zo graag helpen maar wist niet goed hoe ze dat moest doen ,
want een eigen wijzere kabouter als hij had ze nog nooit mee gemaakt.
Toen bedacht ze een plannetje en ging opzoek naar de andere kabouters en riep hen samen.
En ze vertelde over Albrecht van Plop en hoeveel rugpijn hij had en dat hij het hout niet naar binnen kreeg voor de winter
En hij zou dat hout nodig hebben anders zou hij deze winter omkomen van de kou en honger want hij kookte ook op hout.
Maar alle kabouters om haar streken met zijn handen over de puntmutsjes heen en wisten niet hoe ze hem moesten helpen.
Sommige riepen ….hij moet het zelf maar uitzoeken wij mogen toch niets doen nu heeft hij het voor elkaar.

Maar het elfje sprak met hen over dat je zo niet met andere om mocht gaan en ook al waren ze nog zo eigenwijs je in geval van nood de andere moest helpen.
Zo zit het leven nu eenmaal in elkaar.
En je er niets aan hebt om kwaad te blijven naar de ander ook al heeft hij je iets aan gedaan wat je liever anders had gezien.
Ja maar toen wij hem nodig hadden was hij er ook niet toen wilde hij ook niet gestoord worden riep er een.
Oké oké zei het elfje hij is ook niet altijd erg tactvol met jullie omgesprongen dat weet ik, maar ben je er gelukkiger door als je nu hem laat zitten omdat hij eens zo tegen je deed.
Voel jij je fijner als jij strakjes bij een warme kachel zit en een lekker warme bord pap eet en weet dat in het bos een van jullie medemens omkomt van de kou en honger.
En moeten we zo aan het einde van het jaar denken willen wij zo het nieuwe jaar in.
Daar waren de kabouters toch wel een beetje stil van geworden en aan hen gezichtjes was te zien dat ze dat liever niet wilde.
Met zachte stemmetjes vroegen ze hoe kunnen we hem dan helpen ,wat moeten we dan doen .
Als we bij hem aankomen stuurt hij ons toch weg en wil hij niet geholpen worden.
Tja zei het elfje ik weet het zal nog een hele klus worden om die Albrecht van Plop te helpen.
Maar ineens kreeg ze een heel goed plan en ze blies op haar horentje waarbij ze ook alle dieren bijeen riepen.
Aan alle dieren van het bos vertelde ze haar plan en alle dieren wilde wel meewerken.
Zo gezegd en zo gedaan
Het elfje wist dat Albrecht van Plop heel erg van dieren hield en dat hij er alles voor over had om die te helpen.
Albrecht van Plop kwam onder de paddenstoel vandaan en keek verdrietig naar het hout maar hij kon het niet naar huis brengen zijn rug deed hem te zeer.
Zachtjes liep hij naar huis het was niet anders hij moest toegeven dat hij nu aan het eind van zijn vermogen was te doen.
Zijn lichaam wilde niet meer.
En zijn voeten wilde ook bijna niet meer en zwaar liep hij naar huis en hij wilde een kortere weg nemen zodat hij eerder thuis zou zijn
Maar onderweg naar huis schrok hij ,hij zag verschillende dieren liggen of ze heel erg ziek waren.
En een paar kabouters waren erbij maar die huilde zachtjes om dat ze niets konden doen.
De geschrokken Albrecht van Plop kwam op hen af en vroeg wat er aan de hand was.
Ze vertelde dat iemand hun dieren ziek had gemaakt door iets te geven .
En er ligt wel een briefje bij wat de dieren zou redden maar de kabouters vertelde met huilende stemmetjes dat ze niet lezen konden en nu ook niet konden helpen.
Die boeven wisten dus heel goed wat ze deden vertelde de kabouters
Albrecht van Plop kon wel lezen dat hij had hij vroeger geleerd net voor hij alleen ging wonen.
Wat staat er dan geef eens even ik kan lezen hij wilde niets liever dan dat de dieren geholpen konden worden.
Ohh zeiden kabouters we zullen je heel dankbaar zijn als je onze dieren zou willen helpen en we willen alles voor je doen als je ons kunt helpen.
Ik heb geen hulp nodig zei de eigenwijze Albrecht van Plop en bromde geef dat papiertje nu maar .
Maar de kabouters vertelde dat ze dat niet konden aan nemen en stonden erop iets voor hem terug te doen.
Omdat die eigenwijze Albrecht van Plop niet wilde dat de dieren dood zouden gaan gaf hij toe en vertelde van zijn rugpijn en het hout wat naar binnen moest.
Zo gezegd en gedaan al heel snel was te lezen wat het tegen gif zou zijn om de dieren te helpen (die eigenlijk helemaal niet ziek waren) en die stonden een voor een al heel snel weer op hun pootjes.
En bedankte de eigenwijze Albrecht van Plop met een knuffeltje en gingen zo weer hun weg het bos in.
En de kabouters gingen met Albrecht van Plop mee naar de kruiwagen en hij liet het nu dus toe dat andere hem hielpen met zijn hout.
Toen hij zo dat alles bezig zag kwam hij toch ook wel tot de conclusie dat als je samen werkt de dingen allemaal makkelijker is.
Bij zijn huisje aangekomen stapelde ze het hout netjes in het schuurtje en Albrecht van Plop kon het niet over zijn hart verkrijgen om hen zo naar huis te sturen en heeft iets te drinken warm gemaakt nu kon hij dat weer.
Hoe later het ging worden hoe gezelliger het begon te worden .
Maar de kabouters moesten naar huis anders zou het te donker worden om de weg naar huis terug te vinden.
En Albrecht van Plop zwaaide hen uit en ging naar zijn bedje hij wist niet wat het was maar hij voelde zich beter dan ooit te voren en met een glimlach viel hij in een diepe slaap.
En zo kwam Albrecht van Plop erachter dat het toch ook wel eens goed was hulp te vragen en niet alles zelf te willen doen.
En hij had de kabouters beloofd om oud en nieuw bij hen in het kabouterbos te vieren.
Het nieuwe jaar zou dus voor hem heel anders beginnen als al die jaren ervoor.
Het elfje was blij en voldaan zij ging er ook weer vandoor haar werk zat er hier op.
En zij wens iedereen nog een goed en gezond en een heel liefdesvol 2008
Liefs Gonny