Zacht fluister je over de pijn, de kilte die in je ogen is geslopen. Stil spreek je over verleden tijd en onzekere toekomst.
Je spreekt van spijt en van vergeten. Maar vergeten zul je nooit en spijt hoef je niet te hebben. Slechts uitkijken. Uitkijken naar later. Het later uit je dromen.