Als ik aan jou denk,
prikt er iets in mijn hart,
een heel klein stukje dat zegt;
'ik mis je'.
Als ik aan jou denk,
prikt er iets in mijn ogen,
een heel klein traantje dat zegt;
'ik mis je'.
Als ik aan jou denk,
prikt er iets in mijn hoofd,
dat hele kleine prikje zegt;
'waarom zou ik iets missen wat ik niet ken'?
Als ik aan jou denk,
prikt er iets in mijn handen,
dat hele kleine prikje zegt;
'maak een vuist, en wees sterk'.
Als ik aan jou denk,
wil ik geen prikjes meer voelen.
Als ik aan jou denk,
wil ik denken;
'geweest is geweest'.
Ik wil denken;
'jij zit in mijn verleden, en ik wil doorgaan met het heden'.
Ik wil denken;
'jij zou mij moeten missen ik jou niet'.
Als ik denk aan jou,
wil ik denken;
'jij hoort niet bij mij, jij hoort niet in mijn leven en dat is goed zo. Vanaf de dag van vandaag wil ik geen prikjes meer voelen, niet in mijn hart niet in mijn hoofd en niet meer in mijn handen. Want jij heb jou hele leven geen enkel prikje voor mij gevoeld'.