Ik lachte in de zomers
Maar niet mijn volle lach
Ik huilde in de winters
Maar niet al mijn tranen
Ik plukte een roos
Ze was zo rood als mijn bloed
Dat stroomde uit mijn handen
En kleefde aan haar stekels
Ze bloeide als mijn hart deed
Bevochtigd door haar schoonheid
Gevoed door haar puurheid
We strekten ons uit naar de stralen
Van de zon,
die de eeuwigheid kent