Daar zat je dan.
Achter je computer.
Zo helemaal alleen.
Een beetje lief te lachen.
Een beetje om je heen.
Ik zat hier maar te kijken,
Te kijken naar je lach.
Iets wat mij zo verwarmde.
Iets dat ik houden mag.
Je maakte me blij.
Van die kriebels in mijn buik.
Ik wil het je niet zeggen.
Maar stiekem ben je leuk.