Dag men liefste schat,
dag.
Tot ooit,
wanneer de tijden veranderd zijn.
Als ik uit deze storm ben,
en ik weer kan ademhalen.
Als al men tranen opgedroogd zijn,
en men hart maar half zo snel slaat.
Toch heb ik angst,
dat de zee me overmeesterd.
Of men hart blijft tekeer gaan.
Maar op een dag zal ik weten,
waarvoor ik in zee ben gegaan.