Bloemblaadjes in’t rond gestrooid,
Veel gesmeten, veel gegooid.
Gedachten spelen in mijn hoofd,
Gevoelens gestolen, m’n glimlach geroofd.
De tranen die m’n oog bereiken,
Die voor deze vervuilde lucht bezwijken.
Rollend over kaak en kin,
Leeg en vochtig binnenin.
Smachtend naar een plek van plezier,
Waar alles beter is dan hier.
Een plek van vriendschap zonder pijn,
Waar iedereen van ons wilt zijn.
-mimo-