Afscheid / In extremis
Dit kan een afscheid zijn. Een afscheid
van de dingen tussen ons. Die dingen
die ons binden, bonden. Dingen
die ons pijnlijk, lief of heerlijk waren.
Afscheid.
Zakdoek. Ween en wuif dit afscheid
als een week gebaar op het perron.
Maar in extremis keer ik om en zoek
met angst een taal of teken. Teken mij
dit afscheid niet als vonnis voor het leven.
Dit moet het afscheid zijn. Een afscheid
voor het slapengaan waaruit ontwaken
als een droom zal zijn, zo vreemd. Vervagen
dan die dwaze dingen, dingen
tussen jou en mij, dan blijft alleen
dezelfde angst. De angst die mij doet zoeken
naar een woord, een taal, een teken.
En in extremis,
als een vogel voor zijn prooi in duikvlucht,
voel ik mij een god zo eenzaam