Wanneer
Deze bol waarop wij leven,
Die kraakt onder ons bestaan,
Aan onze voetstap onderheven
Zal hij misschien weldra vergaan
Dit weten we wel nooit zeker
Toch treft ons alle schuld,
sommigen weten altijd alles beter
Tzijn zij die ik niet duld
Wanneer de ijsvlakten verdwijnen
En daar elk dier verzuipt
Kruipt een kat in de gordijnen
En de mens die stil afdruipt.
De vogels zullen niet meer vliegen
In de lucht of door een wolk
Wij zullen niet meer kunnen liegen
Alleen of als een volk