ze at het vlees al van mijn botten
het was geen beest
een hapering in mijn gedachte
ik lachte om de onbenulligheid
maar steeds was ik
het draadje kwijt, ik kon
niet goed meer formuleren
halverwege bleef ik steken
door mijn twijfel moest ik
het opnieuw proberen
ik was bezig zonder eten
met het weten hoe de dingen zijn
niets kwam uit mijn handen
ik gleed af naar chaos
zocht naar tijd in nachten
zonder dagen, alsmaar vragen
ijlde door een tunnel zonder eind
met het beest al groter dan ik was
zodat ze ongevraagd de leiding had
ze at het vlees al van mijn botten
toen ik zei dat ze op kon rotten
ik rook dood van heel dichtbij
alleen jouw handen maakten
dat ik terug op aarde werd gezet
jouw lippen baden mijn gebed
wil melker
07/04/2002