klavieren doen de bladeren
zacht en dor in de aderen
nacht en dwarrelend naar beneden
langs de stam raak's heen gegleden
kil en bijtig snijdt de wind
langs de tak waar het begint
alles slaapt in avondland
zelfs de takken in mijn hand
de nacht begint te deinen
mijn voet te verdwijnen
stil is het van mijn kant
stil en stiller naar mijn land.