Een vreemde krijger vliegt naar mij toe
het is een schaduw uit het schimmenrijk
Nooit mocht ik van de liefde proeven
Ben opgegroeid met haat en later heeft de liefde mij verzwolgen Deze schaduw heeft een appeltje met mij te schillen Hij laat zijn stem horen als het bedtijd is voor kinderen Is mijn angst reeel zoals een ding reeel kan zijn?
Ik ben denk ik opgesloten in een kerker waar vuurvliegjes en schaduwen heersen Zal nooit gelukkig zijn misschien per dag heel even