Ik gaf je gisteren die brief die ik geschreven had.
Die ene brief met alles wat me nie lekker zat.
Ik was bang wat je er van zou zeggen.
En bang dat ik alles verkeert zou zeggen.
JIj las die brief boven.
En ik was eventjes beneden.
Toen hoorde ik je boven lopen.
Ik zag je ogen en bleef maar hopen.
Maar je ging weg en keek me niet meer aan.
En ik bleef daar metr tranene in me ogen staan.
Ik was naar buiten gegaan.
En jij was buiten blijven staan.
En toen belde mijn broer dat je terug was gekomen.
En ik zit maar een beetje in mezelf te dromen.
Toen kwam ik boven en zag ik jou en die blik in je ogen.
En ik durfde nie verder te komen.
Toch heb ik de stap gezet.
En heb alles uitgeledt.
We snapte elkaar toch niet helemaal.
En dat is waar ik van baal.
Maare het is weer een beetje goed.
Maare vergete doe je het nooit.