Ik voelde me eigen eenzaam.
Ik voelde me eigen triest.
Ik voelde me eigen somber.
Ik wilde een einde aan me leven maken.
Niets, maar dan ook niets, kon me op vrolijken.
Maar toen kwam jij, mijn gevleugelt vriendje.
Jij maakte me niet meer eenzaam.
Jij maakte me niet meer triest.
Jij maakte me niet meer somber.
Jij hield mij tegen, zodat ik geen einde meer aan me leven kon maken.
Ik gaf je een naam: Tweety, omdat je mooie licht blauwe veren had.
Mijn leven was weer top, en dat kwam allemaal door jou,ik was blij dat jij in mijn leven kwam.
Ik kreeg vrienden, door jou, en een mooi, knappe, vriendin, door jou.
Maar dan, zes jaar later, jij werd ziek.
Ik bracht je iedere dag naar de dokter, maar de dokter kon er ook niks aan doen, je had maar een paar maanden te leven.
Maar jij was sterk, je zette door tot het eind, één jaar later ging ik weer naar de dokter met jou.
Nou was het einde aangebroken, de dokter liet je inslapen, langzaam zakte je weg, langzaam ging jou lichtje uit.
Mijn oude leven begon weer van begin af aan, ik mis je, mijn lieve kleine tweety, was je maar hier in mijn armen.
De tijd kun je niet terug draaien, dus als je iets hebt waar je van houdt moet je er tien keer zoveel van genieten.