Liggend in de zon.
De liefste sluimert naast mij in het kruid.
Onder mijn arm door lig ik naar haar te staren.
Soms slaat de wind haar zachte lange haren
strelend over mijn rug, mijn naakte huid.
Ik luister naar het ijl ruisend geluid
maar mijn adem gaat in rythme met de hare
naar het verre doffe bruisen van de baren
en naar een wulp die schor, weemoedig fluit.
Er ligt een wijding over het ongerepte land.
Het is te stil om veel en snel te praten,
enkel een zoen, heel vluchtig op haar hand.
De zilte schorren en het wijde zand
zijn aan ons twee alleen overgelaten.
Er is geen einder en geen overkant.
Nu zal het verder tot de laatste frase
over jou en mij moeten gaan
jou die ik liefheb
al was het mijn eigen bestaan
nachten die zwart zijn, ochtenden zon
ik de dichter, jij die begon
mij aan te kijken, ernstig
ik die vergeten was
dat het allemaal nog kon
Liefde ik breng daar niets tegen in
moeilijk wordt simpel
ik in je in.
Ik heb je liever.
Ik heb je liever dan brood,
al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Ik heb je liever dan vrolijkheid of regen,
Liever dan de stilte van drie uur
in de rustig in- en uitademende nacht.
De meeuwen scheren overdag met hun vleugels
langs de blonde warme lucht.
De wilde bloemen staan te lachen
in het warme bad van de zon.
De zon danst zijn toch maar kleine rol
met zoveel overgave dat het heel
stil wordt, hier in dit deel van het heelal.
Ik heb je liever dan brood,
Al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Liever dan vrolijkheid of regen,
liever nog dan ik heb je lief.
Dit gedichtje is voor het allerliefste meiske op de aarde Nina.
Cindy