Na de oorlog vond men weinig eten,
Zodat ik ziek werd, langzaamaan,
Ik had beter moeten weten,
Maar later zou het beter gaan.
Kleuter wezen deed me erg pijn,
Met mijn driewieler rolde ik op de baan,
Kleuters hoeven daar echter niet te zijn,
Maar later zou het beter gaan.
Als tiener kreeg ik van vader slaag,
Niet meer wetend waar te duiken of te staan,
Ik zat er zwaar mee in mijn maag,
Maar later zou het beter gaan.
Bij de Jezuïeten zat ik op de school,
Gezochte wijsheid kwam niet bij hen vandaan,
Weer ging ik op de dool,
Maar later zou het beter gaan.
Het leger zinde me helemaal niet,
Ik werd niet opgetogen door het trommelen slaan,
Daardoor werd ik weer de Zwarte Piet,
Maar later zou het beter gaan.
Mijn vrouw vertrok met al mijn geld,
En wenste me verder naar de maan,
Ze was niet meer op mij gesteld,
Maar later zou het beter gaan.
Eindelijk neem ik nu mijn zesde tram,
Laat hem rollen, hijs hoog de vaan,
Ik hou van je mijn liefste, je bent mijn grote vlam,
Later kan het niet meer beter gaan.