Er gaat een huivering door het lichaam dat alles afweert.
Van buiten staan de seinen op veilig, zoals altijd onbewogen.
Een veelzeggende stilte zonder dat ooit het tij keert.
Alles is weldoordacht, berekend, geen woord valt onvertogen.
Dan is de verontwaardiging groot, zelfs tot tranen geroerd.
De schaduw van een grootse gestalte is pover en klein.
Ongemerkt, aan het oog onttrokken, is de reputatie gevloerd,
echter met behoud van dikke huid en dunne schijn.