ik droeg een glimlach in mijn hand,
om op tijd en stond wat groen te lachen,
maar bij het zonnig slenteren door het groen,
reikte ik stiekem naar de hare,
geschrokken trok ze haar arm terug,
nam de glimlach mee in haar vuist,
en het enige dat me nu nog rest,
zijn slechts mijn onbehaarde tanden,