Avondrust.
Een heggemus
trilt hoge tonen
een merel preludeert zijn dag
de zon neem afscheid
fel in kleuren
stilte toont stijlvol haar gezag.
Wat mugjes dansen
voor mijn ogen
wat hongerig na hitte en zon
een duif scheert over
in een duikvlucht
gedachten dwalen naar de bron.
Er hangt een glans
van heil’ge vrede
een wereld eens hiertoe bestemd
stemmen verstillen
in een horen
waarin luidruchtigheid beklemt.
Wat halve koeien
zijn nog zichtbaar
in avondmist, laag op het land
hun zachte loeien
vult de einder
schept zo een onderlinge band.
Die rust daalt in
mij als een adem
die leven schenkend mij verfrist
mij kracht schenkt
voor de nieuwe morgen
als cocon mij vormt tot optimist.
th