Der tikt der één tokkelend op haar kop,
verdwaasd dwaalt ze over zen kop.
Z'onbegrijpt dat ze alles weet,
d'ervaring vaart verwart door haar kop.
Ogen pogen 't nieuwe op te drogen.
Haar zorgen worden voluit bedorven,
hele irrëele zorgen bedelven haar kop.
Ze wijfelt wachtend onbedacht,
't logische loopt lam.
Doch zeker zweert ze zwijgen.
Gerimpelde groeven begraven haar kop,
het grijze geeft gevallig op in haar kop.
Der stem praat pal als een praatpaal.
Oren horen 't oud geboren.
Wat niet versteet,
wil niet weet,
en wat niet sleet,
zal wel vergeet.
Allemaal éénzelfde in haar kop,
't bleek blijvend onbekeerd.
Lam mokkend over moeilijk vermoeiend.
Doch zeker zweert ze zwijgend.