Je vertelde me dat je er altijd zal zijn,
Dat je me zal steunen, zal helpen.
Dat je zou zorgen dat ik mensen weer vertrouwde.
Je had me ingepalmd met je lieve praatjes,
Zodat ik je als m'n beste vriend beschouwde.
Ik weet dat het mijn schuld is,
Waarom zou je anders weg zijn?
Ik heb teveel van mezelf aan je laten zien,
En je vond me een monster,
Een te lelijk en gebroken monster misschien.
Ik zei nog tegen je dat ik me niet oké wilde voelen,
Dat ik mezelf breek, kapot sla,
Dat ik het soms zelfs goed vind om mezelf te kwellen,
Hoe anders kan ik leren me in bepaalde mensen te verplaatsen,
Hoe anders kan ik weten wat ze bedoelen?
Je had het beloofd.
Je had het écht beloofd.
En toch heb je me laten vallen.
En ik val nogsteeds.
En ik val hard, sneller en sneller.
Ik val in diepe duisternis,
De duisternis van mijn hart.