IK nooit….
Hij wist het zeker
geen aanstoot
neem ik aan U , o Heer
grootspraak
als immer
zo ook op zee in stormend weer.
In deze nacht
nog eer de haan kraait
heb jij , o Petrus , drie maal achtereen
geschreeuwd uit angst
Mij niet te kennen
verloochening door jou alleen.
Nooit zal ik nu
dat nooit uitspreken
wij zijn zo klein behuisd en teer
want wij verloochenen
al gaande
o Heiland , U, steeds keer op keer.
U bent zo mild
zo vol van liefde
met vergevende gena omkleed
U neemt ons aan
ondanks de zonden
dat is de prijs waarvoor U leed.
th