Verteerd door tranen staar ik naar de bomen,
de wind blaast de bladeren eraf.
De vogels zweven op de wolken mee..
het daglicht veranderd in de nacht.
Alles draait door, behalve ikzelf..
vragen over het hoe of wat..
Niets begrijpend zit ik op deze wereld..
wat als vragen knagen mij stuk..
Stuk voor stuk verlies ik mijzelf,
een enorme leegte vullen die stukken op.
Nooit meer je voelen, nooit meer je zien,
nooit meer met je praten, lachen of huilen..
Zelfs mijn tranen voelen vreemd,
intense pijn bij de kleine dingen.
Dingen die onopvallend waren,
staan nu in een spotlight.
Gemis vermorzeld mij steeds opnieuw..
en elke pleister laat los.
Me vasthoudend aan jouw levensmotto,
de wensen die je had voor mij.
Nagels zettend in deze reddingsboei,
met moeite trek ik hem steeds weer terug.
Stuurloos en verdoofd volg ik een routine,
dat wordt verwacht, dat is wat moet.
Ik moet door, 'kom op, sterk zijn meid',
doe mijn best oma, voor jou.