Ijsvogel.
Blauwe flits over
het water
mijn lievelingsvogel in het wild.
Ik vond hem ’t eerst
bij ’t riviertje de Dinkel
het heeft mijn zoeken niet gestild.
’t Kolkend geluid
van al zijn jongen
Uit ’t nestgat in de oeverwand.
dat uitgevlogen
viertal blauwtjes
hebben in die vakantie mij overmand.
Later dicht bij huis
In Schonenberg
hervond ik een nest maakte ik de plaat
Waar hij voor
zijn nest zit
die kans maakte ik mij ten baat.
Op mijn buik liggend
op de andere oever
aanvaardde hij mijn onbescheiden daad.
Poseerde hij vrij
ongedwongen
voelde hij, die doet geen kwaad.
Ik ontmoette hen
nog vele malen
In Spaarnwoude en in ons duin.
Immer de vreugde
bij dit spotten
het oogt bij mij als een fortuin.
th