Wilgentakken
Om de drie jaar komt hij over de brug
en snoeit dan vuistdikke takken terug
rustig en gestaag
met een brullende kettingzaag
telkens keren takken weer
zijn dan met veel meer
doch bescheiden als ze zijn
herbeginnen ze in het klein
groeien soepel op los
geven de stam zijn haardos
de boer het bindhout
vlechthout en nog later brandhout
de Knotwilg, sier van ‘t boerenland
aan de rand van menig weiland
daar wordt hij groot
naast boerensloot