met haar vacht zo fijn
bruin rood wit en zwart
lang haar dat glanst
in het zachte licht
een kat met een wil
die haar eigen pad belicht
alleen wij hebben geen kat
maar zij heeft ons zo waar
met een blik vol wijsheid
kijk ze je aan
ze weet wat ze wil
elke keer een snoepje
als wij binnenkomen
als de nacht valt
wordt ze ongeduldig
klinkt er een zachte miauw
of ze wil zeggen is tijd
om naar bed te gaan
madam heerser in haar kleine rijk
waarin wij haar bedienden zijn
van vreemden houd ze niet
dan is ze spoorloos verdwenen
uit het zicht verstopt achter de tv
wachtend tot de kust veilig is
ze weer haar gang kan gaan
en weer kan gaan zeuren
om lekkere snoepjes