op een kale tak met alleen maar bessen zitten koolmezen stil en dromerig hun veren dons zacht als vlokken sneeuw in de ijzige lucht zo helder en kil
de wind fluistert zachtjes terwijl de kou de wereld omarmt maar de mezen blijven onverstoorbaar hun blikken gericht op de bessen
de boom is als een stille wachttoren beschermt de kleine vogels tegen de nacht en als de eerste sneeuwvlokken vallen zingen ze hun lied vol winterse kracht
zo klein zo dapper en vol van leven koolmezen in wintertijd een symbool van doorzetten en hoop houden elkaar warm in de winter