Ieder zijne meug (opgelet, archaïsch taalgebruik)
Bloemen zorgen voor ons eten zei de bij
en ze landde op een bloemeken in de wei
ik niet zei de vlieg wat lager bij de grond
ik hou van een lekkere verse koeiestront
de koe die dit alles had gehoord
nam nu even rustig het woord
ieder zijne meug zei de koe van het zuiverste ras
en smulde verder van het groene gras